U bent hier

Vind een therapeut in uw omgeving

Werkelijkheid of ingebeeld?

Door Ellie Crouwel op wo, 07/06/2017 - 12:20

Ons brein is in staat om onderscheid te maken tussen zaken die we echt zien en zaken die we ons slechts voorstellen in ons hoofd. Bij sommige psychotische aandoeningen vervaagt deze grens, waardoor realiteit en waanbeelden door elkaar heen gaan lopen. Onderzoekers hebben nu vastgesteld welk hersengebied het onderscheid maakt tussen echte waarneming en zaken die we ons inbeelden. Wanneer je even naar een gekleurde jurk kijkt en vervolgens je ogen ergens anders op richt, kun je in je hoofd toch nog de kleur van het kledingstuk zien. Ons brein is in staat om zowel werkelijke visuele informatie als imaginaire beelden te representeren. Die imaginaire beelden bestaan enkel in ons hoofd, terwijl de werkelijke visuele informatie afkomstig is van de buitenwereld. Hoe maakt ons brein daar onderscheid in? Het antwoord op die vraag kan heel belangrijk zijn voor de behandeling van psychoses, waarbij waanbeelden niet goed onderscheiden kunnen worden van de werkelijkheid. Werkgeheugen Twee Amerikaanse neurowetenschappers richtten hun pijlen op de laterale prefrontaalcortex (LPFC) van aapjes. Dit hersengebied speelt een belangrijke rol in het werkgeheugen en is zowel betrokken bij het representeren van visuele informatie als van imaginaire beelden. De onderzoekers vroegen zich af visuele en imaginaire beelden door dezelfde of verschillende neuronen in de LPFC worden verwerkt. De dieren kregen twee taakjes. In de eerste opdracht moesten ze de richting aangeven waarop een puntenwolk zich bewoog. In de tweede taak moesten ze ook de richting aangeven van de beweging, maar nu pas enkele seconden nadat de puntjes van het scherm waren verdwenen. In dat laatste geval moesten de dieren het dus met imaginaire beelden doen, terwijl de eerste taak zich richtte op werkelijke waarneming. Tijdens het uitvoeren van de taak werd de activiteit van verschillende neuronen in LPFC gemeten. Verschillende taken De onderzoekers hadden verwacht dat de neuronen in LPFC zowel de werkelijke als de imaginaire verwerken. Echter bleek uit de metingen dat het van alles een beetje is: er zijn neuronen die enkel actief waren tijdens visuele waarneming, er zijn neuronen die enkel vuurden wanneer er imaginaire informatie werd verwerkt, maar er zaten ook cellen bij die in beide situaties aan de slag gingen. De wetenschappers ontwierpen vervolgens een slim computeralgoritme dat uit de activiteit van de neuronen uit LPFC kon uitlezen of de aapjes daadwerkelijk een puntenwolk zagen, of dat ze er zich slechts een voorstelden. Door te ontdekken welke specifieke neuronen verantwoordelijk zijn voor het onderscheid tussen werkelijkheid en inbeelding, hopen de wetenschappers in de toekomst een effectieve aanpak van psychoses te kunnen ontwikkelen.

Dit onderzoek werd onlangs gepubliceerd in het tijdschrift Nature Communications. Auteur: Job van den Hurk, BrainMatters