U bent hier

Vind een therapeut in uw omgeving

De magie van het knipperen

afbeelding van Lia van Tilburg
Door Lia van Tilburg op di, 31/01/2017 - 19:12

Om de zoveel seconden sluiten we kort onze oogleden, en rollen de ogen weg in hun oogkassen. Toch merken we daar weinig van: als we knipperen ervaren we dat niet als plotselinge momenten van donker, en als onze ogen weer open gaan is onze blik nog steeds gericht op het zelfde punt als voor het knipperen. Dankzij een interessant experiment weten we nu dat ons brein ons flink voor de gek houdt tijdens én na het knipperen met onze ogen. Met je ogen knipperen doe je de hele dag door. Het verspreidt traanvocht om de ogen vochtig te houden en het verwijdert tevens stofjes en vuiltjes die er op terecht zijn gekomen. Over het algemeen merk je er helemaal niets van, maar toch zit er een ingenieus proces achter. Zo flitst het ons bijvoorbeeld in het dagelijks leven niet regelmatig zwart voor de ogen, terwijl onze ogen toch écht dicht zijn. Eerder onderzoek heeft al uitgewezen dat het brein de signalen van de retina naar de visuele hersenschors even onderdrukt tijdens een knipper, zodat je inderdaad geen zwarte flitsen waarneemt. Maar onze ogen lijken zich ná een knipper ook op hetzelfde punt te richten als net daarvoor. Hoe wordt dat geregeld? Saaiste experiment ooit Een internationaal team van onderzoekers ontwierp naar eigen zeggen het minst spannende experiment ooit. Deelnemers werden voor een lange tijd in een donkere kamer achter een beeldscherm geplaatst. Ze moesten focussen op een stipje op het scherm, terwijl met infraroodcamera’s hun oogbewegingen nauwkeurig in de gaten werden gehouden. Wat de proefpersonen niet wisten, is dat de onderzoekers een foefje met ze uithaalden. Op het moment dat de infraroodcamera registreerde dat een deelnemer met zijn ogen knipperde, versprong het stipje op het scherm een klein stukje naar rechts. Wanneer de ogen heel eventjes gesloten waren tijdens een knipper, versprong het stipje iets naar rechts. Vliegensvlug aanpassen Alhoewel de proefpersoon het verspringen niet bewust opmerkte, registreerde het brein dat wel en pastte de kijkrichting vliegensvlug aan wanneer de ogen weer open gingen. Hiermee wordt de illusie gecreëerd dat je ogen tijdens een knipper op dezelfde plek gefocust blijven. Na zo’n dertig keer knipperen (en verspringen van het stipje), gebeurde er iets interessants. De ogen pastten hun positie al tijdens het knipperen aan op het verspringen van de stip. Het brein had geleerd dat het stipje versprong tijdens het knipperen, en voorspelde de nieuwe positie van de stip nog voordat de ogen open waren. Wanneer we net geknipperd hebben is de positie van onze ogen net anders dan net voor het knipperen. Dankzij een razendsnel proces past ons brein de kijkrichting aan, en leert aan de hand van dit proces de grootte van de afwijking. We ervaren vrijwel niets van dit proces, maar als ons brein dit niet zou doen, zou de wereld om ons heen er vlekkerig, schokkerig en onnauwkeurig uit zien. Dit onderzoek werd onlangs gepubliceerd in Current Biology.